44 jaar na de dood van de literaire vader van James Bond, ligt er weer een 007 van Ian Fleming in de winkel. De meester schreef de roman niet zelf, dat karwei knapte de gereputeerde Britse auteur Sebastian Faulks op. Gisteren werd in Londen 'Devil may care' wereldwijd in 21 talen gelanceerd. 'Eigenlijk is dit niet mijn boek', vertelt ons de man die 's werelds beroemdste spion nieuw leven in blaast.
Toen Ian Fleming in 1964 op z'n 56ste overleed, had hij 14 James Bond-verhalen geschreven. Na zijn dood kwamen nog talloze Bond-boeken uit, onder meer geschreven door befaamde auteurs als Martin Amis en John Gardner. Toch heeft
Devil may care iets speciaals. Niet alleen herdenkt de Fleming-familie hiermee haar beroemde telg die gisteren, op 28 mei, honderd zou zijn geworden, tegelijk is dit een 007-roman waarbij de auteur er alles aan heeft gedaan om te schrijven in de geest van Fleming.
Devil may care is dan ook op een bijzondere manier ondertekend: 'Sebastian Faulks als Ian Fleming'.
Die Faulks is niet de eerste de beste. Van de man die we ontmoeten in de Londense 'Fleming Collection' -een kunsthal, eigendom van de rijke Flemingclan- zou je nochtans niet meteen verwachten dat hij zinderende spionnenavonturen verzint. Strak in het pak, met een keurig accent, reageert hij aanvankelijk wat gereserveerd op frivole vragen over Bonds levenswandel. Faulks (55) schrijft normaal dan ook serieuze boeken over de Eerste en Tweede Wereldoorlog, de Koude Oorlog of zelfs psychiatrie.
'Dat laatste boek had ik net af toen ik door de Flemings werd gesommeerd, een beetje zoals James Bond himself een nieuwe, gevaarlijke opdracht krijgt. Of ik een Bond-roman wou schrijven, vroeg Lucy Fleming, de kleindochter van Ian me. Ik bedankte beleefd voor de eer, niet omdat de Bond-mythe me niet interesseerde, maar omdat ik nog nooit een thriller had geschreven. Ik had als jongen van 13 natuurlijk de avonturen van de geheimagent gelezen en ik had ook enkele van de films gezien en dus beloofde ik pas
nee te zeggen nadat ik Fleming had herlezen. Ik verwachte me aan een kleffe hap pulp, maar Fleming bleek in een krokante, journalistieke stijl te schrijven. Bovendien zat ik me al na tien pagina's zorgen te maken over het welzijn van die arme James die het met zijn miezerige revolvertje tegen de boze wereld moest opnemen. Toen wist ik dat ik toch zou instemmen met hun voorstel.'
'Hoezo, miezerig revolvertje? 007 grossiert toch in gesofistikeerd wapentuig?
Sebastian Faulks: 'De nieuwe Bond uit de films en de latere boeken, die wel. De vroege 007 van Fleming was een kwetsbaar geheimagent die vaak niet anders kon dan op zijn slimheid en vuisten terug te vallen. Fleming consulteerde ooit een expert omtrent het wapen dat 007 in het begin droeg en die noemde het
een revolver voor meisjes. Die gadgets en het supertuig zijn er pas later bijgekomen. Was Bond aanvankelijk haast een gewone burger in geheime dienst, dan is hij via de films uitgegroeid tot een superheld.'
Voor welke Bond kiest u?
'Ik blijf trouw aan Ian Fleming en kies voor een realistische Bond. Ik heb geprobeerd de films uit mijn hoofd te zetten. Natuurlijk vat je nooit helemaal onbevlekt zo'n onderneming aan. Om maar iets te zeggen: Sean Connery is mijn favoriete 007-vertolker. Logisch dat mijn Bond naar zijn stijl zal neigen.'
Hoe ver gaat uw trouw aan Fleming?
'Fleming schreef al zijn verhalen in zes weken tijd in zijn huis op Jamaica. Hij pende 1.000 woorden voor de middag en ging dan zwemmen, een cocktail drinken en iets eten. Na de lunch schreef hij nog eens 1.000 woorden, waarna hij opnieuw aan de Martini's ging en als het even meezat ook nog een knappe vrouw versierde. Dat stramien heb ik gevolgd. Het leek me een fijne uitdaging
Devil May Care in zes weken te schrijven en het is me gelukt. Alleen schreef ik mijn boek in Londen, zónder zwempartijen, cocktails of ravissante vrouwen.'
Aha, vrouwen! Hoe zit het met de Bond-girls en de seks in uw boek?
'De Bond-meisjes zijn een niet te versmaden ingrediënt. Normaal speelt één Bond-girl een doorslaggevende rol, maar ik heb er meteen twee meisjes in gestopt. Mijn
girls hebben wel een tikkeltje meer diepgang dan die van Fleming, maar voorts blijft Bond een gezonde heteroseksueel die gaat voor klassieke seks, ondanks het jaar 1967 waarin de seksuele moraal toch een stuk ruimer werd.'
Voor een nieuw Bond-verhaal heb je meer nodig dan de klassieke elementen, er is ook nog zoiets als een plot.
'Ik ben op zoek gegaan naar een onderwerp waarover Fleming nog niet geschreven had en dat bleek drugs te zijn.'
U had een onderwerp, dan nog een locatie.
'Daarvoor koos ik het Midden-Oosten waar Fleming ook nog niet was geweest .(
Fleming had er een hekel aan, hij vond het daar 'vol dieven en oplichters' zitten, nvdr) Als je naar die regio kijkt tijdens de Koude Oorlog, kom je uit bij Afghanistan, niet alleen een land van drugstrafiek maar ook eentje onder de invloedssfeer van Rusland. En welk land staat daar dan tegenover? Iran natuurlijk, een Westers georiënteerd land van voor de islamitische revolutie. Vandaar dat mijn verhaal voor een flink stuk in Iran speelt, ook al omdat ik jonge mensen kan vertellen dat daar vroeger een Sjah regeerde die politie de straat op stuurde om de sluier te verbiéden.'
Fleming werkte zelf bij de geheime dienst, u niet. Hoe compenseert u uw geringere feitenkennis?
'Het meeste heb ik geabsorbeerd via de verhalen van Fleming. Daarbovenop google je tegenwoordig snel het een en ander bij elkaar. Soms is het puur geluk. Op een dag zocht ik naar een haven aan de Kaspische Zee, maar ik stootte op een site met informatie over het
Caspian Sea Monster, een kruising tussen hovercraft, truck en vliegtuig dat ooit een geheim wapen van de Russen geweest zou zijn. Dat was een perfect Bond-tuig en het lag zomaar voor het oprapen.'
Vreest u de gevolgen van dit boek niet? Vanaf nu dreigen al uw andere boeken vergeten te worden.
'Ja, ik sta wel te kijken van alle aandacht. Tegelijk is
Devil may care geen boek van mij. Ik schrijf zo dicht mogelijk bij Ian Fleming, met zijn personages, zijn sfeerschepping. Ik noem het graag een
jeu d'esprit. Of zoals Lucy Fleming zei: dit boek is 75 procent Ian Fleming, 25 procent Faulks. Volgende week zit ik opnieuw voor een serieus boek achter mijn schrijftafel.'
www.ianflemingcentre.com
Related posts